Hoedjes dans
1–3 gekleurde hoedjes als startpunten: geel open tempo, rood combi, blauw losse. Tussen hindernissen altijd terug naar het hoedje.
Voorbeeldtrainer20 mingroep / 1–4 per baan
Speelveld
Zet 1–3 hoedjes ruim uit elkaar zodat je eromheen kunt lopen. Elk hoedje = startpunt. Hoedje mag niet verplaatst worden tenzij dat het spel is. Tussen elke hindernis terug naar het startpunt (hoedje aantikken). Einde: opnieuw hoedje aantikken.
Stappen
- Iedereen tikt eerst het hoedje aan voordat er iets gebeurt.
- Kleuren: geel = rondje open tempo; rood = combi (hoeveelheid vooraf afgesproken); blauw = losse.
- Spel 1: iedereen bedenkt een hindernis, deelt die in groepjes (1–4). Start bij je eigen, terug naar hoedje, dan door naar een andere.
- Spel 2: hetzelfde met combines.
- Spel 3: eerste die het hoedje aantikt heeft combi/losse in het hoofd; pas duidelijk als die begint. Bedenker roept 1–4 voor lengte. Combis in één lijn vooruit (klimrichting startvak).
- Eindspel: competitive tag 1v1 — beide tikker; gelijktijdig tik = geen punt; geen slaan/trappen/op tenen.